Het lichaam als niet-lokaal informatieverwerkend systeem
Het lichaam als niet-lokaal informatieverwerkend systeem
Binnen de klassieke geneeskunde wordt het menselijk lichaam voornamelijk beschreven als een lokaal systeem. Informatie wordt verwerkt via zenuwbanen, hormonen, neurotransmitters en biochemische processen. Een prikkel op de huid activeert receptoren, een signaal loopt via het ruggenmerg naar de hersenen en resulteert uiteindelijk in een lichamelijke reactie. Dit model heeft een enorme wetenschappelijke waarde en verklaart een groot deel van de menselijke fysiologie.
Toch is dit model naar mijn ervaring niet volledig.
Na duizenden sessies zie ik regelmatig dat het lichaam reageert op informatie die niet direct verklaard kan worden vanuit een lokaal mechanisme. Tijdens een behandeling ontstaan soms reacties op herinneringen die nog niet zijn uitgesproken, op personen die niet aanwezig zijn of op gebeurtenissen waar de cliënt op dat moment niet bewust aan denkt. De fysiologische reactie lijkt daarbij niet uitsluitend afhankelijk van een directe fysieke prikkel, maar ook van de betekenis en de informatie die een ervaring vertegenwoordigt.
Het lichaam registreert voortdurend informatie
Vrijwel iedereen kent het fenomeen dat je een ruimte binnenloopt en direct voelt dat “er iets hangt”. Nog voordat iemand een woord heeft gezegd, ervaar je spanning, verdriet of juist rust. Wanneer je een goede vriend ziet, herken je zijn gemoedstoestand vaak binnen enkele seconden. Niet omdat hij iets heeft verteld, maar omdat je lichaam al informatie heeft verwerkt voordat je verstand deze bewust heeft geanalyseerd.
De neurowetenschap beschrijft een deel van dit proces via onbewuste waarneming, gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en autonome zenuwstelselreacties.
Mijn ervaring is dat dit slechts een deel van het verhaal is.
Het lichaam lijkt voortdurend veel meer informatie op te nemen dan waar wij ons bewust van zijn. Slechts een klein gedeelte bereikt uiteindelijk ons bewuste denken. De rest wordt opgeslagen binnen het totale regulatiesysteem van het lichaam.
Het lichaam als ontvanger én zender
Je kunt het lichaam niet alleen zien als een ontvanger van informatie, maar ook als een zender.
Iedere gedachte beïnvloedt fysiologie.
Iedere emotie verandert spierspanning.
Iedere overtuiging beïnvloedt houding, ademhaling, hormoonhuishouding en autonome regulatie.
Met andere woorden: informatie blijft niet abstract.
Zij wordt voortdurend vertaald naar biologie.
Daardoor ontwikkelt ieder mens een uniek dynamisch informatiepatroon. Dat patroon bestaat niet uit één enkele factor, maar uit de totale samenhang van lichamelijke, emotionele, mentale en gedragsmatige processen.
Je zou het kunnen vergelijken met een vingerafdruk.
Niet omdat twee mensen nooit dezelfde ervaringen hebben, maar omdat de combinatie van alle ervaringen, overtuigingen, emoties en fysiologische aanpassingen voor ieder mens uniek is.
Niet-lokale informatie
Binnen verschillende natuurkundige interpretaties wordt al tientallen jaren onderzocht of informatie altijd volledig lokaal georganiseerd is. Fenomenen zoals kwantumverstrengeling laten zien dat bepaalde systemen correlaties kunnen vertonen die niet eenvoudig vanuit klassieke afstandsmodellen zijn te beschrijven. Wat dit precies betekent voor biologische systemen is nog onderwerp van onderzoek en er is geen wetenschappelijke consensus dat menselijke bewustzijnsprocessen hierdoor worden verklaard.
Toch biedt het begrip niet-lokaliteit voor mij een bruikbaar denkkader.
Het helpt mij te begrijpen waarom sommige informatie tijdens een sessie beschikbaar lijkt te komen zonder dat deze via een normaal gesprek is overgedragen.
Resonantie als selectiemechanisme
De vraag is vervolgens hoe uit die enorme hoeveelheid informatie precies dát zichtbaar wordt wat op dat moment relevant is.
Hier speelt resonantie een centrale rol.
Een radio ontvangt niet alle zenders tegelijk.
Hij ontvangt uitsluitend de frequentie waarop hij is afgestemd.
De overige signalen verdwijnen niet; zij worden eenvoudigweg niet geselecteerd. Mijn ervaring is dat menselijke waarneming op een vergelijkbare manier functioneert.
Wanneer mijn aandacht volledig geconcentreerd is, mijn zenuwstelsel rustig is en mijn eigen gedachten naar de achtergrond verdwijnen, wordt mijn lichaam selectiever in het waarnemen van subtiele informatie.
Niet iedere gedachte.
Niet iedere emotie.
Maar precies die informatie die op dat moment resoneert met de hulpvraag van de cliënt.
Resonantie is daarmee geen mystiek verschijnsel, maar een werkhypothese die beschrijft hoe informatie geselecteerd kan worden uit een veel groter geheel.
De behandelaar als meetinstrument
Dit betekent ook dat de behandelaar zelf onderdeel wordt van het meetproces. Dat is een belangrijk verschil met veel andere diagnostische technieken.
Bij een bloedonderzoek bepaalt de kwaliteit van het laboratorium grotendeels de betrouwbaarheid van de uitslag.
Bij menselijke waarneming bepaalt de kwaliteit van de waarnemer mede de kwaliteit van de informatie.
Een onrustige geest produceert ruis.
Een sterke overtuiging veroorzaakt projectie.
Angst vernauwt de waarneming.
Verwachtingen kleuren interpretaties.
Daarom besteed ik minstens zoveel tijd aan het trainen van mijn eigen systeem als aan het leren van nieuwe technieken of als het werk zelf.
Meditatie.
Ademwerk.
Concentratie.
Lichaamsbewustzijn.
Zelfreflectie.
Niet omdat deze disciplines op zichzelf bijzondere vermogens geven, maar omdat zij de nauwkeurigheid van het instrument vergroten.
Hoe minder interne ruis aanwezig is, hoe minder ruis.
Het lichaam weet vaak meer dan het denken
In de praktijk zie ik regelmatig dat het lichaam al reageert op een thema voordat de cliënt zich daar bewust van is.
Het betekent dat het lichaam informatie opslaat die nog niet volledig toegankelijk is voor het bewuste denken.
Dat is op zichzelf geen vreemd idee.
Ook binnen de psychologie en neurowetenschappen is bekend dat een groot deel van onze informatieverwerking onbewust plaatsvindt.
Mijn ervaring is echter dat dit onbewuste veel rijker en omvangrijker is dan wij doorgaans aannemen.
Een levend systeem
Binnen SwartGym behandelen wij de mens daarom niet als een optelsom van losse onderdelen.
Wij zien de mens als een levend, zelforganiserend systeem waarin lichaam, emoties, gedachten, gedrag en bewustzijn voortdurend met elkaar in wisselwerking staan.
Wanneer één onderdeel verandert, verandert uiteindelijk het gehele systeem. Daarom zoeken wij niet uitsluitend naar het symptoom.
Wij zoeken naar het informatiepatroon dat het symptoom in stand houdt. Niet omdat iedere klacht dezelfde oorsprong heeft. Maar omdat iedere klacht ontstaat binnen de context van een uniek mens.
De kunst is misschien niet om het lichaam steeds meer te vertellen wat het moet doen.
Maar om beter te leren verstaan wat het ons al probeert te vertellen.






Opmerkingen